Notice: Trying to get property 'id' of non-object in /home/skoolwijk/domains/sanderkoolwijk.nl/private_html/pages/publicaties.php on line 10

Contact

contact en boekingen:

info@sanderkoolwijk.nl
telefoon: 0647400006

In opdracht

Publicaties

Gedicht "Vloed", in de Liber Amicorum Vloedlijn 80, voor Victor Vroomkoning

De vriendschapsbundel Vloedlijn 80 verscheen ter gelegenheid van het 80-jarige jubileum van Victor Vroomkoning.

Het gedicht "Vloed" schreef ik spreciaal voor Victor Vroomkoning.

Uitgeverij Vliedorp

Verhaal "Chica", in Nieuw West Side Stories

Steeds opnieuw Nieuw West!

Shortlist van de verhalenwedstrijd  Nieuwe West Side Stories, 2020

Uitreiking prijs oktober 2021

Gedicht "Overwoekerd", in de bloemlezing "Eén zwaluw maakt geen zomer"

Voor deze bundel verzamelde Wim Huijser meer dan 200 van zijn favoriete natuurgedichten, overzichtelijk ingedeeld per seizoen, 2020.

Uitgeverij Rainbow bv

"Overwoekerd", is opgenomen in de dichtbundel De patroon van het huis.

 

Gedicht "Rivierenland", in de bloemlezing "Dichters uit de bundel: de moderne Nederlandstalige poëzie in 400 gedichten"

De moderne Nederlandstalige poëzie in 400 gedichten.

In Dichters uit de bundel zijnde meest recente periode en de vernieuwing van de hedendaagde Nederlandstalige poëzie in kaart gebracht.

Uitgeverij Marmer

"Rivierenland" is een gedicht uit de dichtbundel Bergstraat 55.

 

Posters met de Coronagedichten van onze dans en poëzie voorstelling Covid Bloesem!

Gedicht "Huis in crisistijd", in Dichter bij de dag

Dagelijkse portie poëzie op Radio 1!

Een tijd lang was ik een van de dichters die tijdens de middaguitzendingen van Radio 1 Dit is de Dag een gedicht schreef over de actualiteiten die behandeld werden in de uitzending. Aan het einde van de uitzending droegen we ze live voor.

Gedicht "Muurnotitie", in Nieuw West Side Stories

Steeds opnieuw Nieuw West!

Gedicht "Muurnotitie" werd geschreven bij de muurschildering van Nils Westergard, op het pand van HW10 (Hendrik van Wijnstraat 10).

Eerste publicatie samen met dochter dichter Dagmer Koolwijk, die het gedicht Regels schreef, dat eerder werd gepubliceerd in de honderd mooiste gedichten van Kinderen & Poëzie 2015-2016.

Gedicht "Zonder titel"", Millennium Experimenta #3

De mooiste en meest experimentele foto's uit de bergsportwereld, uitgegeven door Grivel, een van de leading bergsportmerken.

Het gedicht "Zonder titel" is geschreven bij de foto van klimfotograaf Wilfried Zwaans

Vertaling NL-Eng door Wilfried Zwaans

Gedicht "Noordwand" in Op Pad

Op Pad is een van de outdoormagazines in NL.

Het gedicht "Zonder titel" verscheen eerder in de bundel " Bergstraag 55" en verscheen samen met een foto van Menno Boermans, 2002

Column s/ Verhalen gedurende 5 jaar in Limits magazine

Vijf jaar lang schreef ik iedere publicatie een column in de vorm van een verhaal , 2000-2005

Gedicht "Zonder titel", cover Limits magazine #44

Limits is het magazine voor sportklimmers en alpinisten.

Het gedicht "Zonder titel" is geschreven bij de foto van klimfotograaf Wilfried Zwaans

Gedicht "Beweging", in de jubileumuitgave Bergland

Een eeuw Nederlandse Alpinisme

In deze jubileumuitgave van de Nederlandse Klim- en Bergsporttvereniging (NKBV) staan de mooiste verhalen (en 1 gedicht) die over het Nederlandse bergbeklimmen zijn geschreven.

Het gedicht "Beweging" werd eerder gepubliceerd in de dichtbundel "Bergstraat 55".

Uitgeverij Tirion Uitgevers BV

Gedicht "Dorp op de berg", in Langs beide oevers van de Maas

Ter gelegenheid van 170 jaar scheiding tussen de beide provincies Limburg en het honderd jaar bestaan van het Limburgs Volkslied, 2009

"Dorp op de berg" werd later opgenomen in de bundel De patroon van het huis.

Dorp op de berg gaat over sweikhuizen, het dorp waar ik opgroeide tot ik naar Amsterdam verhuisde.

Uitgeverij Kleinood & Grootzeer

Gedicht "Boom voor huis", in Kastanjegedichten

Dichters op de bres voor de paardenkastanje

Uitgeverij Passage

"Boom voor huis" werd eerder opgenomen in de bundel Onder dak

Gedicht "In het park", in de jubileumbundel Ik schreef het toch, van Henk van Zuiden

Ik schreef het toch, de 75 mooiste gedichten van Henk van Zuiden, verscheen ter ere van 25 jaar poëzie van Henk.

De dichters Ina Stabergh, Ignmar Heytza, Job Degenaar, Johanna Kruit, Jara Beranová, Victor Vroomkoning, Leo Vroman, F. Starik en Sander Koolwijk, schreven ieder een speciaal gedicht voor deze bijzondere dichter en bloemlezer.

Uitgeverij Holland, 2008

 

Gedicht "Einmal is keinmal", boekenlegger van De Haarlemse Dichtlijn

De boekenlegger verscheen in het kader van het poëziefestival De Haarlemse Dichtlijn, 2011

"Einmal ist keinmal", is opgenomen in de dichtbundel De patroon van het huis.

 

Gedicht "Rivierenland", in de bundel van De Haarlemse Dichtlijn

De bundel De Haarlemse Dichtlijn 2006 verschreen ter gelegenheid van het poëziefestival De Haarlemse Dichtlijn, 2006

"Rivierenland", is opgenomen in de dichtbundel Onder dak.

 

Sander's Column, Limits magazine #

Limits is het magazine voor sportklimmers en alpinisten. Voor dit magazine schreef ik gedurende 5 jaar lang een column in de vorm van een verhaal (en soms een lang gedicht).

Dit is er een van.

Gedicht "Kans" in het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde

augustus 2011-jaargang 77-nummer 8

"Kans", is een gedicht uit de dichtbundel De patroon van het huis.

Het gedicht gaat over de ondekking van het HIGGS deeltje in het CERN.

Gedicht "Zoals een eerste keer", in de bundel 29ste Nacht van de poëzie

"De nacht is een beschilderde slaap" - Hans Andreus.

De bundel 29ste Nacht van de Poezie, 2010 verscheen ter gelegenheid van de 29ste editie van de Nacht van de Poëzie. 20 dichters en 26 slamdichters deden mee aan deze editie.

"Zoals een eerste keer", schreef ik eerder in opdracht voor een 25-jarig huwelijk.

Uitgeverij Podium.

 

Gedicht "In het park", in de gedichten- en verhalenbundel Zeeën van tijd

gedichten en verhalen ter ere van Sail Amsterdam 2010 door de OBA, 2010

"In het park", werd eerder geschreven voor - en gepubliceerd in de jubiliumbundel van Henk van Zuiden.

 

Gedicht "Einmal ist Keinmal", in de bundel Dichter aan huis

De bundel Dichter aan huis, 2011 verscheen ter gelegenheid van de 11de editie van het gelijknamlige poëziefestival in Den Haag.

"Einmal is Keinmal", werd eerder gepubliceerd in de dichtbundel De patroon van het huis.

 

Gedicht "Heel Dichtbij", in de bloemlezing "Voor een dag van morgen"

De allermooiste Windroosgedichten 1950-2006

Uitgeverij Holland, 2007

"Heel Dichtbij", opgenomen in de dichtbundel Onder dak.

 

Gedicht "Heel Dichtbij", in de bloemlezing "Alles voor de liefde"

De mooiste gedichten over de liefde, 2004

Uitgeverij 521

"Heel Dichtbij", ongepubliceerd bij verschijnen van de bloemlezing, later opgenomen in de dichtbundel Onder dak.

 

Gedichten "De Vliehorst" en "Man op de maan", in de bloemlezing "De Wadden in gedichten"

De Wadden in gedichten, 2004

Uitgeverij 521

De gedichten "De Vliehorst" en 'Man op de maan", schreef ik speciaal voor deze bloemlezing. Mijn eerste "in opdracht" gedichten, speciaal voor bloemlezer Henk van Zuiden.

 

Gedicht "Reservist", in de bloemlezing "Vriendschap"

Gedichten voor vrienden, 2008

Rainbow Essentials, Uitgeverij Maarten Munitinga bv

"Reservist", verschreen eerder in de bloemlezing We weten elkaar altijd te vinden.

 

Gedicht "De klimmer, een berg", in de bloemlezing "De mooiste reisgedichten voor onderweg"

De Mooiste Reisgedichten voor onderweg, 2009

Rainbow Essentials, Uitgeverij Maarten Munitinga bv

"De Klimmer, een berg", is een gedicht uit de dichtbundel Bergstraat 55.

 

Gedicht "Beweging", in de bloemlezing "Winnaars"

De mooiste sportgedichten, 2012

Rainbow Essentials, Uitgeverij Maarten Munitinga bv

"Beweging", is een gedicht uit de dichtbundel Bergstraat 55.

Gedicht "Weerbericht", in de bloemlezing "Gedichten voor het hart"

Troostende woorden uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie, 2006

Rainbow Essentials, Uitgeverij Maarten Munitinga bv

"Weerbericht", is een gedicht uit de dichtbundel Onder dak.

Dichtbundel De patroon van het huis

Uitgeverij Holland, 2011

Windroosreeks

Derde dichtbundel Sander Koolwijk

ISBN 9789025111335

Interview in het CJP magazine

In 2006 werd ik als NL kampioen poetryslam kort geïnterviewed door het CJP magazine

Gedicht "Over liefde" op een valentijnskaart van Connexxion

Busmaatschappij Connexxion drukte valentijnskaarten met poëzie, in het jaar 2006 of 2007

"Over liefde" verscheen eerder in de dichtbundel Onder dak.

Dichtbundel Onder dak

Uitgeverij Holland, 2005

Windroosreeks

Tweede dichtbundel Sander Koolwijk

ISBN 9025109810

Foto's in Krakatau

Tijdschrift in de overgang, Nr 40

Fotoserie Dichter bij Couture

Literatuur, poëzie en mode lijken niet samen te gaan... Ditisonswerk laat zien dat het kan.

Gedicht "Stieken weer volwassen" in Poëzine

lietrair tijdschrift Alles van alles en poëzie, nummer 1

"Stiekem weer volwassen" speciaal geschreven voor het eerste nummer van dit magazine.

Reportage "Tussen de toeristen door over de Wallen racen", Paroool

Amsterdam - Zaterdagavond. Onder het Rijksmuseum draaien koeriers wat rondjes. Zo'n vijfentwintig man hebben zich verzameld voor de Allycat. De Allycat houdt het midden tussen een fietskoerier en een steegjeskat, die met grote snelheid en wendbaarheid door de straten van de stad scheurt.

Tekst Sander koolwijk, Fotografie Menno Boermans, 9 september 2002

Rondom 2002 schreef ik voor het Parool. Dit is een van de artikelen die ik in die tijd publiceerde voor deze krant.

Reportage "Het is plakken of gepakt worden", Paroool

Plakken, overgeplakt worden, weer plakken overgeplakt worden enzovoort. De illegale plakkers van Amsterdam en ze moeten in hun strijd met de reinigingspolitie over een lange adem en volle emmers lijm bezitten. En dan liggen ook de gewone agenten nog op de loer.

Tekst Sander koolwijk, Fotografie Menno Boermans, 30 nov 2002

Rondom 2002 schreef ik voor het Parool. Dit is een van de artikelen die ik in die tijd publiceerde voor deze krant.

Reportage "Gekraakt", Paroool

Serie over kraakplekken in Amsterdam.

Tekst Sander koolwijk, Fotografie Menno Boermans, 9 september 2002

Rondom 2002 schreef ik voor het Parool een serie over klaarkplekken in Amsterdam. Dit is een van de artikel die er in die serie verscheen.

Dichtbundel Bergstraat 55

Uitgeverij Seven Hill, 2002

Windroosreeks

Derde dichtbundel Sander Koolwijk

ISBN 9090163891

Verhaal "De Stenen Danseres", in De Berggids

De Stenen Danseres, de berg voor eenzamen, werd in op aanvraag van De Berggids geschreven, 1997, 95 jaar KNAV.

Dit is het eerste gepubliceerde verhaal van Sander

Beeld en geluid

Dans en Poetry Film Covid Blossom

Beweegredenshow in Lockdown

Tijdens de Lockdown gaven we met onze Beweegredenshow optredens bij verzorgingshuizen. Deze deden we bij De Schutse, in Amsterdam.

Covid Blossom Short van de voorstelling

Voorstelling Covid Blossom, Dans en Regie: Anastasia Kostner, Muziek: Paulina Kiss. Poetry en Dans: Sander Koolwijk

Ja! Optreden bij Urban Resort Afscheid Jaap Draaisma.

https://www.youtube.com/watch?v=j_fcLoHJlHM

 

Backwards (Dans en Poetry film)

Tijdens de lockdown praatte ik met Anastasia over wat Corona betekende voor ons. We voelden de er dingen langszaam achteruit liepen.... backwards.

Optreden Paradiso ADM: eerste versie van gedicht Gasmasker

https://www.youtube.com/watch?v=tzKYA1HUOD8

 

Zorg Voor Zorg. Optreden tijdens Staking voor het behoud van het Slotervaartzieken.

https://www.youtube.com/watch?v=HqhP7VbiCng

 

De Beweegredenshow

Samenvatting van De Beweegredenshow: theatrale openingsshow op maat die wij regelmatig opvoeren voor uiteenlopende opdrachtgevers. In samenwerking met Violiste Passionflower en Jongleerduo Mindpepper.

VJ en Poezie, samen met DJ Kiki Timecode

We maakten samen VJ materiaal voor discotheken.

Foto film van optreden samen met Ellen Deckwitz bij Dichter aan Huis, Den Haag, 2012

Chica (shortlisted voor Verhalenwedstrijd Nieuw West)

 

De littekens die haar melkwitte vacht bij elkaar houden rollen onder zijn vingertoppen door. Met lange halen aait hij Chica. Zo kalmeert hij haar. Sem weet wat Chica nodig heeft, vlak voor een gevecht.

‘Wij weten wat wij nodig hebben, Chica. Niemand anders weet het,’ fluistert hij en vouwt zijn handen stevig rondom haar gespierde nek. Zijn sproetengezicht hangt vlak boven de robuuste hondenkop met de grauwe vlek rondom het linkeroog. Zijn lippen raken haar gespitste oren net niet aan, maar hij voelt haar warmte stralen. Uit zijn ooghoeken ziet hij de zwarte doberman, die vanaf de overkant van de scoutingkeet met ontblote tanden naar hen loert. ‘Stil maar, Chica. Stil maar.’

‘Nog één minuut. Wan minut.’ Diana, met blond stekelhaar, knikt hem toe en steekt een wijsvinger de lucht in. Ze is de enige vrouw die hier te bekennen is.

‘Nog even, Chica. Nog even.’ Sem zakt terug in zijn hurken. Zijn lange kin leunt op haar bilspieren. Hij sluit zijn ogen en ziet het bevende schepsel van drie zomers geleden weer kraakhelder voor zich. Aan het begin van de zomervakantie vond hij haar. Naamloos, uitgehongerd en vastgebonden aan een Sloterparkboom. Woede borrelt op van binnen. Als hij die tyfuslijer ooit te pakken krijgt die kleine Chica op een steenworp van dit Watersporteiland achterliet, dan… .

‘Als we die scumbag ooit vinden, Chica, dan slopen we hem. Dan slopen we hem.’ Met zijn handen aan weerszijde van haar borstkas duwt hij zijn vingers tussen haar ribben door. Zijn kaken staan strak op elkaar. Hij trilt. Zijn vingers injecteren Chica met gif, vullen het dier met vechtenergie. De zwarte sfinx aan de overkant wordt kleiner, net als de met steroïde volgepompte Roemeense dogman die de doberman vasthoudt. Chica duwt zichzelf naar voren, is gamed, wil bloed.

‘Effe aandacht, attention,’ Diana krijst door de keet. ‘We ar weeting a fieuw moor minuts.’

Sem schrikt op, trekt Chica aan haar brede leren halsband naar zich toe. Zenuwachtig kijkt hij naar Diana. Zijn slungelige armen staan op breken. Rode krullen dansen voor zijn ogen. ‘Nog heel even, Chica. Nog heel even.’

Vanaf de overkant van de huiskamergrote pit wordt hij toegeroepen: ‘Hé vossenjong. hou je kleine huilhondje wel goed vast!’ Het is de Roemeen. ‘Ooit had ik er zo een ook gehad, een kleine cur, live-bait met ook zo’n shitplek op zijn kop.’ De Roemeen slaat zichzelf met uitgestrekte hand op zijn linkeroog. ‘Haha, foxboy met je bait-doggie.’ Brede mannen in groezelige leren jasjes die zich achter de Roemeen hebben verzameld slaan tegelijkertijd met vlakke hand op hun oog.

Sem steekt een lange middelvinger de lucht in. ‘Jij bent mijn meisie, Chica. Mijn meisie.’ Drie jaar geleden vonden ze elkaar. Zij, achtergelaten en op zoek naar een baasje. Hij, net twintig en Amsterdam Noord uitgeslagen door zijn dronken vader. Regelmatig doolde hij rond bij het Watersportcentrum, wachtend op een koeriersklusje. Nu werkt hij eerlijk. Medicijnen langsbrengen bij bejaarden waar hij niks mee heeft. Met een bloedgang door de woonwijken scheuren die aan het Sloterpark liggen vastgeplakt. Het ontlaadt hem. Een paar uurtjes per dag, met Chica naast hem. Het is genoeg. Genoeg om sociaal te kunnen wonen, achter het Sierplein, met uitzicht op waar een paar jaar geleden nog een schooltje stond. Nu staan er huizen die hij nooit van zijn leven gaat kunnen betalen, in de achtertuin van Kok, waarvan ze zeggen dat die ooit de premier van Nederland is geweest. Niet dat hij dat gelooft.

Een krachtige ruk aan zijn arm. Hij verliest zijn evenwicht, herstelt zich. ‘Rustig champ. Zometeen mag je strot vreten. Zometeen.’

 ‘Iedereen ingezet? Bring joor last bets wis me.’ Bontkragen, zwartleren jassen met hoodies, sombere suède jassen, tatta’s met schipperstruien, hooligans zonder truien. De blokhut is zo goed als vol nu.  Twee grote kaaskoppen, die Diana’s broers zouden kunnen zijn, lopen op twee brede Ray-Ban mannen af. De zonnebrillen worden geflankeerd door twee naar de grond kijkende fragiele Aziatische meisjes.

‘We moeten niet rondkijken,’ prevelt Sem. ‘We moeten de focus bij ons eigen houden, Chica.’

Hij probeert zijn concentratie bij Chica te houden, maar zijn ogen dwalen af naar de eettafels. Overdag moet het hier wemelen van scoutingjeugd, die met zakmessen hun broodjes smeren voor de lunch. Nu staan de tafels op de kant en begrenzen ze de kleine, met zeil bedekte vechtarena. Hij kijkt naar boven. Het puntdak is voor nep gestut met dwarsbalken van kaal geschuurd Scandinavisch hout. Het doet hem denken aan het bungalowpark van vroeger, met subtropisch zwembad. Daar voelde hij zich fijn, als ze er heengingen. Iedereen daar zat net als zijn vader onder de tattoos en iedereen daar was net zo kwabbig als zijn ouders.

‘Wij hoeven ons voor niemand te schamen, Chica. Voor niemand.’

De kleine raampjes in het scoutingverblijf zouden voor zuurstof moeten zorgen, maar zitten potdicht.

‘Rustig ademen, Chica. Zometeen ga je die doberman afstraffen. Zometeen.’ Hij probeert zijn vingers weer tussen haar ribben te duwen, maar de anabolenspieren staan op staafspanning. Ze vormen het tweede geraamte, de eerste linie. De met voedingssupplementen door en door gekalkte botten vormen het zwaarbeveiligde binnenbolwerk. Aan de gepantserde romp vast zit haar dodelijke wapen, een bek met de bijtkracht van een middelgrote haai.

Wanneer gaat het beginnen? Zijn shirt plakt aan zijn knokige schouders. Zijn bijna oranje wenkbrauwen zijn doorweekt. Zijn ogen prikken. Wanneer gaat het los, Diana? Ingehouden hijgend staart Chica met een waas voor haar ogen in de richting van het afgetrainde, bij het magere affe zwarte beest met de spitse oren.

‘Iedereen ingezet, everieboddie bet?’ buldert de door rook en drank afgematte vrouwenstem.

Hoeveel doekoe moet je hebben? wil hij roepen, maar hij heeft de touwen hier niet in handen, net zomin als de Roemeense gymma-dogman aan de overkant. Twaalf barkie voor Sem, als Chica wint. Genoeg om de beste supplementen te kunnen kopen. Om aan nieuwe hormonen te kunnen komen. Om door te kunnen trainen. Om Chica sterker te maken.

Diana maakt aanstalten. Nog snel gooit hij z’n Eastpack af. Slaat een Red Bull achterover. Duwt een stuk geprepareerde worst bij Chica naar binnen. ‘Niemand gaat ooit nog aan jou komen. Niemand.’ Even flits de boom door zijn gedachten, waar Chica tijdens hun nachtelijke trainingen zo vaak haar tanden heeft ingezet. Vorige week ik hij omgevallen. Koortsachtig checkt hij de inhoud van zijn rugzak. Heeft hij alles bij zich? De huidnietmachine? De spuiten? Hij heeft alles bij zich.

‘Nog wan minut. And den we go.’

Hij gooit zijn Eastpack weer op zijn rug. Hij houdt Chica weer met beide handen vast. IJl gehijg uit de gestileerde hondenkop aan de overkant telt de seconden af. De bulldogkoppen achter de omgeklapte tafels houden hun adem in. Diana hijst haar joggingbroek omhoog, steekt dan haar armen de lucht in.

‘Nog drie seconden, Chica, dan ga je ham.’ Hij sluit zijn ogen, duwt zijn vingers zo diep als mogelijk haar spieren in en telt tot drie… . Drie.

Diana’s armen vallen. Sem krijst. Chica lanceert zichzelf naar het midden van de pit. ‘Kill haar, Chica!’ Met opengesperde muil vliegt de coca-witte pitbull naar de roestbruine dobermannek. Vlak voordat Chica’s haaienbek de statige keellijn kan breken, springt het beest opzij en grijpt Chica’s lies. Gekrijs. ‘Draai, Chica. Draai!’ Ze zwaait het voorste deel van haar lichaam opzij. De door Sem zorgvuldig gevijlde tanden grijpen zich vast in een zwartfluwelen dij. Oost-Europese vloeken jagen door de blokhut. De dieren vormen een haast volmaakt yin en yang-teken. Druppels bloed vallen op het zeil. De twee beesten draaien wild om elkaar heen, geen van beide laat los. ‘Fight, fight, fight!’ Diana stapt de ring in. Sem en de Roemeen stappen de ring in. Met een kunststof stok stappen de broers de ring in. De honden worden uit elkaar getrokken. Chica wijkt niet. Een stroomstoot drijft haar kaken uiteen. De honden zijn los.

Sem trekt de tegenstribbelende Chica aan haar achterpoten hun hoek in. Een stuk vlees bungelt langs haar heup als rauwe kipfilet over de rand van de barbecue. ‘Hier ben je voor gemaakt, Chica. Niemand doet jou ooit nog pijn. Niemand.’ Zweet gutst van zijn voorhoofd op het loshangende stuk vlees. Diana schreeuwt. Chica rukt zich los.

‘Finish hem, Chicaaaa!’ De twee bloedende beesten rammen in het midden van de scoutingvloer op elkaar in. Precies vijfendertig kilo pitbull stoot de zwarte vechthond naar achteren. Ook Chica raakt uit balans. De doberman staat alweer, maakt zich groot, maakt haar nek lang, springt.

‘Sta op, Chica. Nu Chica!’

Chica staat vertraagd op. Instinctief zakt ze door haar achterpoten. Een klein moment wacht ze, tot de zwarte schaduw boven haar zweeft. Dan zet ze af en spert haar machtige kaken wijd uiteen.

Gekrijs. Gekerm. De helft van de dobermanhals verdwijnt in Chica’s bek. De zwarte vechthond landt, zakt door de poten en verroert zich niet.

‘Kill, kill, kill,’ klinkt het. Sem roept Chica. Sem wil dat het hier stopt.

‘Stop, Chica. Stop’ De Roemeen roept wit weggetrokken om hulp. Sem zoekt contact met Diana, met de broers, met de omstanders, maar iedereen staart naar de koude vloer van de scoutingsruimte en schreeuwt. Sem kijkt omhoog, zoals mensen omhoog kijken vlak voordat ze een kruisje slaan. Langs de gesloten raampjes trekt blauw licht. Politie, flitst het door hem heen.

‘Handeg, handeg. Scoetoe Scoetoe.’ De menigte vlucht richting uitgang. Sem springt over de tafels heen en grijpt Chica beet. Maar Chica laat niet los.

‘We moeten weg, Chica. We moeten weg.’

Hij trekt Chica aan haar achterpoten naar zich toe. Haar prooi glijdt mee en laat een breed bloedspoor achter. De gevallen hond richt de spitse kop op. De Roemeen is nergens meer te bekennen. Dan valt de kop van de sfinx met een klap op de grond. Chica laat los. De lichten van de scouting gaan uit.

‘Kom Chici.’ Achter de laatste mannen aan rennen ze naar buiten. Dwars op de toegangsweg van het watersportcentrum staan drie gillende politieauto’s. Schimmen schieten de bosjes in, worden af en toe gevangen door blauw licht. In de verte klinken de steeds hogere tonen van naderende politieversterking. Het water is de enige uitweg.

‘Het water Chici.’ Sem rent voorovergebogen, een hand aan haar halsband, om de scoutingkeet heen. ‘Kom Chici.’ Hij gooit zijn rugzak naar de overkant, duwt Chica het slootje in en springt achter haar aan. ‘Zwemmen Chici.’ Na enkele meters glibberen ze de kant op. In hun trainingsbosje, waar hij haar ooit vond, zoeken ze druipend hun weg tussen de spookbomen door. Bij het grote grasveld lijnt hij zijn kermende hond aan. ‘Nog even Chici.’ Achter hen klinken stemmen. Hij snelt schuin het veld over, weg van de politiegeluiden en trekt Chica achter zich aan. Naar het slaapdorpje rent hij. Chica hinkt en piept. Langs de doorzonwoningen met de dichte gordijnen sleurt hij haar voort. Bij de Hemsterhuisstraat kan ze niet meer.

‘Nog heel even Chici.’ Struikelend probeert het beest hem te volgen. Onder het viaduct valt ze neer. Een dun bloedspoor glinstert onder de met spinnenwebben bedekte TL-lichten.

Rillend van de kou zakt Sem tegen de achterkant van een brede pilaar naar beneden en trekt het bibberende dier tegen zich aan. ‘Kom bij me liggen, Chici.’ Als een angstige puppy kruipt ze stuiptrekkend naar hem toe. Uit zijn rugzak haalt hij een spuit en zijn hoodie die hij over haar heen legt. Sem inspecteert de injectienaald.

‘Stil maar, Chici.’ Met schele ogen kijkt ze op naar haar klappertandende baasje. Sem duwt zijn kaken op elkaar en zet de eerste spuit met een slaande beweging in haar dijbeen. ‘Het komt goed, Chici. Niemand komt aan ons. Niemand.’ Een politiesirene stampt onder de brug door. Hij houdt het hechtpistool tegen het licht en legt het loshangende roze vlees terug in de bloedende wond. ‘Je weet het, Chici. Je weet dat dit goed is voor ons.’ Zijn duim en wijsvinger trekken twee stukken vel naar elkaar toe. Pam! En nog een: Pam! Het geluid van het nietpistool weergalmt. Bij iedere nieuwe hechting wordt het kermen minder. In de verte klinken de sirenes geruststellend stabiel. Hij gutst een flesje alcohol over de verse wond en staat op.

‘Kom, Chica. Kom.’ Hinkend volgt ze hem. Als ze uit de tunnel komen slaan ze meteen linksaf en verlaten de doorgaande weg. Achter hen raast een ambulance voorbij, richting Watersporteiland. Even blijven Sem en Chica staan, maar ze kijken niet om.

Dichtbundel "De patroon van het huis"

Enkele gedichten uit deze bundel:

 

Einmal ist Keinmal

 

Met de traagheid waarmee

de beelden van een videoband slijten

wordt de toekomst zichtbaar.

 

Als ik opsta wil ik alles terug vinden.

Voor ik ga slapen ruim ik alles op.

 

Een pluizige klit uitgevallen haren

in het lege pak houdbare melk.

Ik trek binnen aan en stoot buiten af.

Om vruchtbare grond zal gevochten worden.

 

Op de plek waar mijn nagels het behang niet krabden

turf ik de dagen. De dag dat ik de sleutel opvrat

is de leegte voor de eerste verticale kras.

 

Ik kies verleden.

Als de wekker gaat, weet ik dat ik moet eten.

 

Na drie maanden ben ik verder gekomen

dan denken dat alles zich herhalen zal.

Ik zie dingen.

 

De rotte appel in de fruitschaal

op de trui die ik al weken aan heb,

blijkt een gezicht te zijn

dat alsmaar naar mij kijkt.

 

(Uit De Patroon van het huis, 2011)

 

 

De patroon van het huis

 

Ik ben de patroon van dit huis

wat ik verwacht ligt op een dienblad klaar

er is niemand die het tot zich neemt

alleen een man zonder pyjama

die geen idee heeft hoe laat het is.

 

Ruis van buiten weet ik te voorkomen

mijn gezicht doet niet ter zake

er is niets dat hier gezegd wordt

en er is niets dat ik niet weet.

 

In de hoek van de kamer, tussen schalen

van een ei, is een huisdier gegroeid, dat

nu de trek voorbij gaat, de buik tegen

het raam duwt en zeehondengeluiden maakt.

 

In de tuin zet ik de messen aan.

 

(Uit De Patroon van het huis, 2011)

 

 

Dorp op de berg

 

In woorden die ik kies

in het chagrijn dat soms opduikt

in de reden dat ik ben waar ik ook ben

 

je bent de hoek van het café, de

schaduw van de dag, de kern van

de oude aan elkaar gegroeide stad.

 

Ik neem je argwaan voor wat er

niet vertrouwd uitziet voor lief.

Ik voed de rengelaote aan mijn kind

en slinger honing uit de taal

die je in mijn geheugen vindt.

 

Ik ben de berg afgedaald

maar keer steeds terug om te weten wie ik ben.

Beloof dat ik altijd mag komen.

Beloof me, dat ik welkom ben.

 

(Uit De Patroon van het huis, 2011)

 

 

Overwoekerd

 

Het hoofd gevuld met aarde aangestampt

de armen over elkaar de krijger ontvochten

de zoeker ontzocht maar niet gevonden.

 

Er was een moment van willen uitbreken

maar alles is hek

en de angst groter dan gaten in de gedachten.

 

In de tuin, onder de bevroren appelboom

op het geroeste handvat van de hegschaar

de veren vergrijsd, de kop in de nek

zit de trekvogel, die, als ik op het raam klop

het hoofd schudt.

 

(Uit De Patroon van het huis, 2011)

 

Bio

Korte Bio

Sander Koolwijk is dichter en schrijver. In 2005 werd hij Nederlands Kampioen Poetryslam. In datzelfde jaar debuteerde hij bij uitgeverij Holland met zijn dichtbundel “Onder Dak”, in de befaamde Windroosreeks. In 2011 verscheen zijn tweede bundel “de patroon van het huis”. Sindsdien publiceerde hij ook in vele bloemlezingen en tijdschriften, werkte als dichter voor onder andere radio en congressen, deed mee met het WK poetryslam op het . Eerder bracht hij al de goed ontvangen dichtbundel "Bergstraat 55" uit in de bergsportwereld. Ook schreef hij een roman over een megalomane architecte die het foute vastgoed in gaat om haar bizarre creaties te kunnen voltooien. twee jaar geleden kwam hij op de shortlist van de verhalenwedstrijd Amsterdam Nieuw West. De uitreiking laat vanwege corona nog op zich wachten. En recent gebeurde er veel dingen toen hij over Corona begin te dichten: een dans- en poetry voorstelling, een artikel in het NRC dat zijn poëzie oppikte, optredens en een dansvideo.  

 

Lange Bio

Op mijn achtste kwam uit een test op school naar voren dat ik dyslectisch was. Op de vraag wat ik later wilde worden antwoordde ik: schrijver en bankdirecteur.

Zo kwam het dat ik zowel een studie volgde te midden van een vreemde horde toekomstige neoliberale bankiers aan de Amsterdamse Academie voor bank en financiën (overigens tegen de tijd dat ik die studie ging doen met als idee om “hard opgeleid” in de ontwikkelingshulp te gaan werken), als het dichtersfestival van de KUB won. De grootste prijs die ik in Tilburg kreeg – naast een optreden op De Nacht van het Boek – was de kennismaking met literatuurwetenschapper, gevreesd criticus en schrijver Hugo Verdaasdonk, die mij aan zijn keukentafel mijn eerste literaire kritieken gaf. Tijdens mijn eerste keukentafelsessie was ik zo zenuwachtig dat ik zijn zure, ver over de datum bier, niet durfde te weigeren. Zelf dronk hij wijn. Richting het einde van mijn studie probeerde ik tevergeefs een stageplek te bemachtigen bij een ontwikkelingshulporganisatie. In 1999 rondde ik mijn studie af en werkte ik op één van de grootste onderhandse beursvloeren in de City van London. Deze korte termijn wereld, met naast de kantoorpisbakken het openbare cokesnuiftoilet, hield ik na een half jaar voor gezien.

Naast schrijver en handelaar was ik alpinist en extreemskiër. In het bergsportblad Limits had ik jarenlang een verhalende column. Bij de uitgever van Limits verscheen in 2002 Bergstraat 55, een dichtbundel over klimmen. Vijf gedichten maakten deel uit van de expositie 100 jaar klimmen in het Olympisch Museum. Ik werkte freelance als energiespecialist, dichter en journalist. Voor Het Parool schreef ik reportages zoals over de kraakwereld en subwereldjes zoals fietscouriers en wildplakkers. In 2003 werd ik medeoprichter van een nieuw energiebedrijf. In datzelfde jaar deed ik mee aan mijn eerste poetryslam.

In 2005 werd ik vader. Zes weken later skiede ik mijnlaatste extreem couloir samen met mijn broer. Een aantal maanden later werd ik Nederlands Kampioen Poetry Slam en debuteerde ik officieel in de literaire wereld met Onder dak, bij Holland, in de Windroosreeks. Mede dankzij de bibliotheken en heel veel optredens, op het podium en op radio en tv, werd de bundel goed verkocht. In 2007 maakte het gedicht ‘Winter’ deel uit van de expositie Als het ijs smelt, van het Museum Volkenkunde. In 2008 stond ik op Lowlands, waar ik de All Star Poetry Slam won. Ik werkte aan een serie VJ-filmpjes voor de dansvloer en zat jarenlang in de jury van de Utrechtse PoetrySlam.

Twee weken na de geboorte van mijn tweede kind in 2011 verscheen de dichtbundel: De Patroon van het huis (Holland), die goed werd ontvangen. Voordrachten bij onder meer Dichter aan huis en voor Stichting Poëziefestival Landgraaf volgden. Ook maakte ik deel uit van de dichterspool die iedere uitzending een gedicht van de dag schreef voor het radioprogramma Dit is de Dag voor Radio 1.

In 2013 begon ik aan Uitzicht: een boek over megalomane architecte die het foute vastgoed ingaat om haar architectonische grootheidswaanzin te kunnen verwezenlijken. In 2016 verliet ik de energiewereld. Ik trad (en treed) op voor bedrijven en congressen en ben dichter in De Beweegredenshow, samen met twee jongleurs en een violiste. Daarnaast was ik nauw betrokken bij de opstart van The Crowd Versus, een crowdfundingplatform voor rechtszaken tegen multinationals die verkeerde dingen doen Ook publiceerde ik verschillende gedichten en maak ik regelmatig deel uit van de jury tijdens de Festina Lente Poezieslag.

Nadat Uitzicht “klaar” was, stuurde ik het aan drie uitgevers. Van alle drie kreeg ik hele mooie reacties over het verhaal, over de compositie en de inhoud. Mijn eigen stem echter, bleek nog niet “eigen” genoeg. Onder andere werd gevraagd: waarom herkennen we jouw stem wel in jouw poëzie en niet in jouw roman? Ik besloot om niet verder te gaan “leuren” met mijn boek, maar te gaan werken aan mijn “stem”. Dit was de reden om begin 2018  mee te doen aan de Meesterproef van de Querido schrijfacademie. Vier maanden lang werkte ik aan Spiegelreflectie Amsterdam, met al primaire doel: het vinden van mijn eigen stem. Als ik mag afgaan op het positieve leesrapport dat ik ontving, is dat gelukt:
“Koolwijk is een goede schrijver. Hij hanteert een prettige stijl die mooie literaire uitschieters bevat. Zijn schrijven is bij vlagen poëtisch, maar zonder artificieel te worden. Koolwijk weet de schipperssfeer, het ‘Amsterdam-vanaf-het-water’-gevoel, heel sterk neer te zetten. Hij schrijft erg beeldend en bij de passages over Nieks paniekaanvallen heeft hij ‘show, don’t tell’ goed toegepast” en: “Koolwijk heeft in Spiegelreflectie een unieke setting (Amsterdam vanaf het water), en een bijzondere hoofdpersoon (een schizofrene schipper) samengevoegd om interessante thema’s en ideeën te bespreken. Het is een erg origineel werk maar het blijft toch toegankelijk (…), en ik denk dat het daarom zeker de aandacht zal trekken van zowel commerciële als meer literaire uitgeverijen.”

In 2019 trad ik toe tot het waanzinnige Filmbedrijf Halal Film en Photography, verhalenvertellers in het diepst van hun gedachten. Bij de start van Corona begon ik iedere dag een gedicht te schrijven over de de wereld om mij heen - en over mijn vader die in het verzorgingshuis zat, corona overleefde, en later euthanisie pleegde. Er volgde optredens uit met Beweegreden, een dans- en poetry voorstelling met de krachtige Danseres Anastasia Kostner, een poetry- en dansfilm, samenwerking met impor muzikant Bart de Vrees en het NRC die het oppikte. Inmiddels ben ik mij aan het verdiepen in scriptwriting, werk ik aan poëzie, wil ik weer een bundel laten laten landen en een uitgever vinden voor alles wat ik maak.

Nieuws

Datum Uitreiking en bekendmaking New West Side Stories!

Ru Paré Amsterdam Nieuw West, 24 oktober. lees meer

Improvosatie optreden met muzikant / slagwerker / componist Bart de Vrees

Improvisatie optreden in Amsterdam Nieuw West. lees meer

Poetry Festival Wilde Woorden van West

Optreden samen met Dochter Dagmer Koolwijk. lees meer

Splendor 24h: Optreden met impro muzikanten Bart de Vrees en Wilbert Bulsink

Splendor 24h: Optreden met impro muzikanten Bart de Vrees en Wilbert Bulsink De podia zijn weer open en dus dacht Splendor: bam! 24 uur lang 24 live optredens. Ik doe mee met Bart en Wilbert. 6.00 uur in de ochtend. Poetry en Music! lees meer

NRC schreef over Corona Poezie en noemde mijn gedicht

NRC schreef over Corona Poezie en noemde mijn gedicht. De krant schreef over gedichten in tijden van crisis en quote een deel van een van mijn coronagedichten. Hieronder het gedicht dat ik schreef: lees meer

Poezie op de stoep: Bilderdijk - Kinker: mijn gedicht (letterlijk in de spotlights)

Mijn gedicht op de stoep en letterlijk in de spotlights. lees meer

Covidbloesem, de Corona Dans en Poëzievoorstelling is klaar en ready to perform!

Almost Ready. Laatste repetities... lees meer

5 nieuwe corona beweegredenshows

lees meer

Het verhaal "Chica" genomineerd voor de schrijverswedstrijd New West Side Stories!

Vorig jaar won Walter van den Berg de prijs. Afwachten hoe het dit jaar gaat lopen. lees meer

Liber Amicorm Victor Vroomkooning

Voor de tachtigste verjaardag van Victor Vroomkoning schreef ik, net als een aantal andere dichters en schrijvers, een gedicht voor deze bijzondere dichter. lees meer

Opgenomen in prachtige bloemlezing "Een zwaluw maakt geen zomer"

................... + linken naar publicatie lees meer

Opgenomen in 400 beste NL gedichten "Dichters Uit de bundel"

................... + linken naar publicatie lees meer

Radioprgramma Dit is de Dag moet zendtijd inleveren en stopt met de dichters van de dag

Ze maakten nog een boek met gekozen bijdragen van de dichters lees meer

Met trots en met Wilfried Zwaans sta ik Grivel Experimenta #3

lees meer

Connexxion gaat voor de liefde met poëzie

lees meer

Deelname aan de 29ste nacht van de poezie, op het slampodium

lees meer

De Wadden in gedichten is er

Deze gedichten schreef ik min of meer in opdracht van Henk van Zuiden. Drie dagen verbleef ik op Vlieland, mijn eerste "in opdracht", hier is het resultaat. + linken naar publicatie lees meer

Lowlands all star poetry slam gewonnen

lees meer

Bam! NK Poetryslam Winnaar 2005

lees meer

Chica (shortlisted voor Verhalenwedstrijd Nieuw West)

overzicht

 

De littekens die haar melkwitte vacht bij elkaar houden rollen onder zijn vingertoppen door. Met lange halen aait hij Chica. Zo kalmeert hij haar. Sem weet wat Chica nodig heeft, vlak voor een gevecht.

‘Wij weten wat wij nodig hebben, Chica. Niemand anders weet het,’ fluistert hij en vouwt zijn handen stevig rondom haar gespierde nek. Zijn sproetengezicht hangt vlak boven de robuuste hondenkop met de grauwe vlek rondom het linkeroog. Zijn lippen raken haar gespitste oren net niet aan, maar hij voelt haar warmte stralen. Uit zijn ooghoeken ziet hij de zwarte doberman, die vanaf de overkant van de scoutingkeet met ontblote tanden naar hen loert. ‘Stil maar, Chica. Stil maar.’

‘Nog één minuut. Wan minut.’ Diana, met blond stekelhaar, knikt hem toe en steekt een wijsvinger de lucht in. Ze is de enige vrouw die hier te bekennen is.

‘Nog even, Chica. Nog even.’ Sem zakt terug in zijn hurken. Zijn lange kin leunt op haar bilspieren. Hij sluit zijn ogen en ziet het bevende schepsel van drie zomers geleden weer kraakhelder voor zich. Aan het begin van de zomervakantie vond hij haar. Naamloos, uitgehongerd en vastgebonden aan een Sloterparkboom. Woede borrelt op van binnen. Als hij die tyfuslijer ooit te pakken krijgt die kleine Chica op een steenworp van dit Watersporteiland achterliet, dan… .

‘Als we die scumbag ooit vinden, Chica, dan slopen we hem. Dan slopen we hem.’ Met zijn handen aan weerszijde van haar borstkas duwt hij zijn vingers tussen haar ribben door. Zijn kaken staan strak op elkaar. Hij trilt. Zijn vingers injecteren Chica met gif, vullen het dier met vechtenergie. De zwarte sfinx aan de overkant wordt kleiner, net als de met steroïde volgepompte Roemeense dogman die de doberman vasthoudt. Chica duwt zichzelf naar voren, is gamed, wil bloed.

‘Effe aandacht, attention,’ Diana krijst door de keet. ‘We ar weeting a fieuw moor minuts.’

Sem schrikt op, trekt Chica aan haar brede leren halsband naar zich toe. Zenuwachtig kijkt hij naar Diana. Zijn slungelige armen staan op breken. Rode krullen dansen voor zijn ogen. ‘Nog heel even, Chica. Nog heel even.’

Vanaf de overkant van de huiskamergrote pit wordt hij toegeroepen: ‘Hé vossenjong. hou je kleine huilhondje wel goed vast!’ Het is de Roemeen. ‘Ooit had ik er zo een ook gehad, een kleine cur, live-bait met ook zo’n shitplek op zijn kop.’ De Roemeen slaat zichzelf met uitgestrekte hand op zijn linkeroog. ‘Haha, foxboy met je bait-doggie.’ Brede mannen in groezelige leren jasjes die zich achter de Roemeen hebben verzameld slaan tegelijkertijd met vlakke hand op hun oog.

Sem steekt een lange middelvinger de lucht in. ‘Jij bent mijn meisie, Chica. Mijn meisie.’ Drie jaar geleden vonden ze elkaar. Zij, achtergelaten en op zoek naar een baasje. Hij, net twintig en Amsterdam Noord uitgeslagen door zijn dronken vader. Regelmatig doolde hij rond bij het Watersportcentrum, wachtend op een koeriersklusje. Nu werkt hij eerlijk. Medicijnen langsbrengen bij bejaarden waar hij niks mee heeft. Met een bloedgang door de woonwijken scheuren die aan het Sloterpark liggen vastgeplakt. Het ontlaadt hem. Een paar uurtjes per dag, met Chica naast hem. Het is genoeg. Genoeg om sociaal te kunnen wonen, achter het Sierplein, met uitzicht op waar een paar jaar geleden nog een schooltje stond. Nu staan er huizen die hij nooit van zijn leven gaat kunnen betalen, in de achtertuin van Kok, waarvan ze zeggen dat die ooit de premier van Nederland is geweest. Niet dat hij dat gelooft.

Een krachtige ruk aan zijn arm. Hij verliest zijn evenwicht, herstelt zich. ‘Rustig champ. Zometeen mag je strot vreten. Zometeen.’

 ‘Iedereen ingezet? Bring joor last bets wis me.’ Bontkragen, zwartleren jassen met hoodies, sombere suède jassen, tatta’s met schipperstruien, hooligans zonder truien. De blokhut is zo goed als vol nu.  Twee grote kaaskoppen, die Diana’s broers zouden kunnen zijn, lopen op twee brede Ray-Ban mannen af. De zonnebrillen worden geflankeerd door twee naar de grond kijkende fragiele Aziatische meisjes.

‘We moeten niet rondkijken,’ prevelt Sem. ‘We moeten de focus bij ons eigen houden, Chica.’

Hij probeert zijn concentratie bij Chica te houden, maar zijn ogen dwalen af naar de eettafels. Overdag moet het hier wemelen van scoutingjeugd, die met zakmessen hun broodjes smeren voor de lunch. Nu staan de tafels op de kant en begrenzen ze de kleine, met zeil bedekte vechtarena. Hij kijkt naar boven. Het puntdak is voor nep gestut met dwarsbalken van kaal geschuurd Scandinavisch hout. Het doet hem denken aan het bungalowpark van vroeger, met subtropisch zwembad. Daar voelde hij zich fijn, als ze er heengingen. Iedereen daar zat net als zijn vader onder de tattoos en iedereen daar was net zo kwabbig als zijn ouders.

‘Wij hoeven ons voor niemand te schamen, Chica. Voor niemand.’

De kleine raampjes in het scoutingverblijf zouden voor zuurstof moeten zorgen, maar zitten potdicht.

‘Rustig ademen, Chica. Zometeen ga je die doberman afstraffen. Zometeen.’ Hij probeert zijn vingers weer tussen haar ribben te duwen, maar de anabolenspieren staan op staafspanning. Ze vormen het tweede geraamte, de eerste linie. De met voedingssupplementen door en door gekalkte botten vormen het zwaarbeveiligde binnenbolwerk. Aan de gepantserde romp vast zit haar dodelijke wapen, een bek met de bijtkracht van een middelgrote haai.

Wanneer gaat het beginnen? Zijn shirt plakt aan zijn knokige schouders. Zijn bijna oranje wenkbrauwen zijn doorweekt. Zijn ogen prikken. Wanneer gaat het los, Diana? Ingehouden hijgend staart Chica met een waas voor haar ogen in de richting van het afgetrainde, bij het magere affe zwarte beest met de spitse oren.

‘Iedereen ingezet, everieboddie bet?’ buldert de door rook en drank afgematte vrouwenstem.

Hoeveel doekoe moet je hebben? wil hij roepen, maar hij heeft de touwen hier niet in handen, net zomin als de Roemeense gymma-dogman aan de overkant. Twaalf barkie voor Sem, als Chica wint. Genoeg om de beste supplementen te kunnen kopen. Om aan nieuwe hormonen te kunnen komen. Om door te kunnen trainen. Om Chica sterker te maken.

Diana maakt aanstalten. Nog snel gooit hij z’n Eastpack af. Slaat een Red Bull achterover. Duwt een stuk geprepareerde worst bij Chica naar binnen. ‘Niemand gaat ooit nog aan jou komen. Niemand.’ Even flits de boom door zijn gedachten, waar Chica tijdens hun nachtelijke trainingen zo vaak haar tanden heeft ingezet. Vorige week ik hij omgevallen. Koortsachtig checkt hij de inhoud van zijn rugzak. Heeft hij alles bij zich? De huidnietmachine? De spuiten? Hij heeft alles bij zich.

‘Nog wan minut. And den we go.’

Hij gooit zijn Eastpack weer op zijn rug. Hij houdt Chica weer met beide handen vast. IJl gehijg uit de gestileerde hondenkop aan de overkant telt de seconden af. De bulldogkoppen achter de omgeklapte tafels houden hun adem in. Diana hijst haar joggingbroek omhoog, steekt dan haar armen de lucht in.

‘Nog drie seconden, Chica, dan ga je ham.’ Hij sluit zijn ogen, duwt zijn vingers zo diep als mogelijk haar spieren in en telt tot drie… . Drie.

Diana’s armen vallen. Sem krijst. Chica lanceert zichzelf naar het midden van de pit. ‘Kill haar, Chica!’ Met opengesperde muil vliegt de coca-witte pitbull naar de roestbruine dobermannek. Vlak voordat Chica’s haaienbek de statige keellijn kan breken, springt het beest opzij en grijpt Chica’s lies. Gekrijs. ‘Draai, Chica. Draai!’ Ze zwaait het voorste deel van haar lichaam opzij. De door Sem zorgvuldig gevijlde tanden grijpen zich vast in een zwartfluwelen dij. Oost-Europese vloeken jagen door de blokhut. De dieren vormen een haast volmaakt yin en yang-teken. Druppels bloed vallen op het zeil. De twee beesten draaien wild om elkaar heen, geen van beide laat los. ‘Fight, fight, fight!’ Diana stapt de ring in. Sem en de Roemeen stappen de ring in. Met een kunststof stok stappen de broers de ring in. De honden worden uit elkaar getrokken. Chica wijkt niet. Een stroomstoot drijft haar kaken uiteen. De honden zijn los.

Sem trekt de tegenstribbelende Chica aan haar achterpoten hun hoek in. Een stuk vlees bungelt langs haar heup als rauwe kipfilet over de rand van de barbecue. ‘Hier ben je voor gemaakt, Chica. Niemand doet jou ooit nog pijn. Niemand.’ Zweet gutst van zijn voorhoofd op het loshangende stuk vlees. Diana schreeuwt. Chica rukt zich los.

‘Finish hem, Chicaaaa!’ De twee bloedende beesten rammen in het midden van de scoutingvloer op elkaar in. Precies vijfendertig kilo pitbull stoot de zwarte vechthond naar achteren. Ook Chica raakt uit balans. De doberman staat alweer, maakt zich groot, maakt haar nek lang, springt.

‘Sta op, Chica. Nu Chica!’

Chica staat vertraagd op. Instinctief zakt ze door haar achterpoten. Een klein moment wacht ze, tot de zwarte schaduw boven haar zweeft. Dan zet ze af en spert haar machtige kaken wijd uiteen.

Gekrijs. Gekerm. De helft van de dobermanhals verdwijnt in Chica’s bek. De zwarte vechthond landt, zakt door de poten en verroert zich niet.

‘Kill, kill, kill,’ klinkt het. Sem roept Chica. Sem wil dat het hier stopt.

‘Stop, Chica. Stop’ De Roemeen roept wit weggetrokken om hulp. Sem zoekt contact met Diana, met de broers, met de omstanders, maar iedereen staart naar de koude vloer van de scoutingsruimte en schreeuwt. Sem kijkt omhoog, zoals mensen omhoog kijken vlak voordat ze een kruisje slaan. Langs de gesloten raampjes trekt blauw licht. Politie, flitst het door hem heen.

‘Handeg, handeg. Scoetoe Scoetoe.’ De menigte vlucht richting uitgang. Sem springt over de tafels heen en grijpt Chica beet. Maar Chica laat niet los.

‘We moeten weg, Chica. We moeten weg.’

Hij trekt Chica aan haar achterpoten naar zich toe. Haar prooi glijdt mee en laat een breed bloedspoor achter. De gevallen hond richt de spitse kop op. De Roemeen is nergens meer te bekennen. Dan valt de kop van de sfinx met een klap op de grond. Chica laat los. De lichten van de scouting gaan uit.

‘Kom Chici.’ Achter de laatste mannen aan rennen ze naar buiten. Dwars op de toegangsweg van het watersportcentrum staan drie gillende politieauto’s. Schimmen schieten de bosjes in, worden af en toe gevangen door blauw licht. In de verte klinken de steeds hogere tonen van naderende politieversterking. Het water is de enige uitweg.

‘Het water Chici.’ Sem rent voorovergebogen, een hand aan haar halsband, om de scoutingkeet heen. ‘Kom Chici.’ Hij gooit zijn rugzak naar de overkant, duwt Chica het slootje in en springt achter haar aan. ‘Zwemmen Chici.’ Na enkele meters glibberen ze de kant op. In hun trainingsbosje, waar hij haar ooit vond, zoeken ze druipend hun weg tussen de spookbomen door. Bij het grote grasveld lijnt hij zijn kermende hond aan. ‘Nog even Chici.’ Achter hen klinken stemmen. Hij snelt schuin het veld over, weg van de politiegeluiden en trekt Chica achter zich aan. Naar het slaapdorpje rent hij. Chica hinkt en piept. Langs de doorzonwoningen met de dichte gordijnen sleurt hij haar voort. Bij de Hemsterhuisstraat kan ze niet meer.

‘Nog heel even Chici.’ Struikelend probeert het beest hem te volgen. Onder het viaduct valt ze neer. Een dun bloedspoor glinstert onder de met spinnenwebben bedekte TL-lichten.

Rillend van de kou zakt Sem tegen de achterkant van een brede pilaar naar beneden en trekt het bibberende dier tegen zich aan. ‘Kom bij me liggen, Chici.’ Als een angstige puppy kruipt ze stuiptrekkend naar hem toe. Uit zijn rugzak haalt hij een spuit en zijn hoodie die hij over haar heen legt. Sem inspecteert de injectienaald.

‘Stil maar, Chici.’ Met schele ogen kijkt ze op naar haar klappertandende baasje. Sem duwt zijn kaken op elkaar en zet de eerste spuit met een slaande beweging in haar dijbeen. ‘Het komt goed, Chici. Niemand komt aan ons. Niemand.’ Een politiesirene stampt onder de brug door. Hij houdt het hechtpistool tegen het licht en legt het loshangende roze vlees terug in de bloedende wond. ‘Je weet het, Chici. Je weet dat dit goed is voor ons.’ Zijn duim en wijsvinger trekken twee stukken vel naar elkaar toe. Pam! En nog een: Pam! Het geluid van het nietpistool weergalmt. Bij iedere nieuwe hechting wordt het kermen minder. In de verte klinken de sirenes geruststellend stabiel. Hij gutst een flesje alcohol over de verse wond en staat op.

‘Kom, Chica. Kom.’ Hinkend volgt ze hem. Als ze uit de tunnel komen slaan ze meteen linksaf en verlaten de doorgaande weg. Achter hen raast een ambulance voorbij, richting Watersporteiland. Even blijven Sem en Chica staan, maar ze kijken niet om.

terug naar overzicht